Gelijke Kansen en Onderwijsachterstandenbeleid (OAB) (2–18 jaar)
Het programma Gelijke Kansen door Duurzame Samenwerking is de basis van het gemeentelijke onderwijsachterstandenbeleid. Samen met kinderopvangorganisaties, scholen, de GGD, de bibliotheek en ouders vergroten we ontwikkelkansen en versterken we de taalvaardigheid. We richten ons specifiek op kinderen en jongeren die door hun thuissituatie, taalachterstand of andere omstandigheden minder vanzelfsprekend toegang hebben tot dezelfde kansen als hun leeftijdsgenoten.
We investeren in een goed bereik van kinderen met een VVE-indicatie, een kwalitatief, taalrijk en doorlopend aanbod in de kinderopvang en het onderwijs en in het versterken van het educatief partnerschap met ouders. Dit doen we onder andere via Thuis in Taal en brugfunctionarissen. Zij versterken de verbinding tussen gezin, school en ondersteuning.
De instroom van nieuwkomers blijft hoog. Dit vraagt om blijvende aandacht voor taalonderwijs. De samenstelling van Venlose schoolklassen verandert. Dit is in de ene wijk sterker dan in de andere. Daarom blijven we investeren in taalklassen en aanvullende taalondersteuning. Zo kunnen kinderen en jongeren met een stevige basis doorstromen naar regulier onderwijs en onderwijs volgen op een niveau dat aansluit bij hun mogelijkheden. Daarnaast versterken we de expertise van onderwijsprofessionals op het gebied van NT2-onderwijs en traumasensitief werken in samenwerking met PABO Venlo.
Via de landelijke regeling School en Omgeving en het programma Preventie met Gezag zetten we verder in op een rijke ontwikkelomgeving, naschoolse activiteiten, jongerenwerk op school en preventieve programma’s die bijdragen aan weerbaarheid, veiligheid en talentontwikkeling.
Onze subsidieregel Gelijke Kansen maakt het mogelijk om ongelijk te investeren voor gelijke kansen. Niet ieder kind heeft dezelfde ondersteuning nodig om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Daarom zetten we extra middelen en voorzieningen in op scholen, in wijken en voor doelgroepen waar de uitdagingen het grootst zijn. Door gericht te investeren in taalontwikkeling, onderwijskansen, veiligheid en ondersteuning voorkomen we dat achterstanden zich opstapelen en dragen we bij aan een sterkere basis voor de toekomst van kinderen en jongeren in Venlo.
Het onderwijsachterstandenbeleid wordt gefinancierd via de specifieke uitkering GOAB voor kinderen tot en met 12 jaar. De eerder aangekondigde korting van 10% is door het Rijk is teruggedraaid. Toch sluiten de beschikbare middelen op termijn onvoldoende aan bij de stijgende kosten voor onder meer VVE, taalonderwijs voor nieuwkomers en leesbevordering. Daarnaast verwachten we in 2028 een nieuw financieringsmodel. De huidige SPUK wordt mogelijk omgezet naar een Bijzondere Fonds Uitkering (BFU). In schooljaar 2026-2027 onderzoeken we hoe we onze inzet vanaf 2027-2028 toekomstbestendig kunnen organiseren. We volgen deze landelijke ontwikkelingen nauwgezet.
Op Weg naar Inclusiever Onderwijs
Samen met de Noord-Limburgse gemeenten, schoolbesturen en samenwerkingsverbanden werken we aan een dekkend en steeds inclusiever onderwijsaanbod voor alle kinderen en jongeren. We zien ook dat er meer vraag is naar gespecialiseerde ondersteuning en speciaal onderwijs. Ook staat het praktijkonderwijs onder druk. Dit komt mede door de instroom van nieuwkomers en leerlingen met complexe ondersteuningsvragen.
Om meer kinderen binnen het reguliere onderwijs een passende plek te bieden, investeren we samen met onderwijs- en zorgpartners in nieuwe vormen van samenwerking. Voorbeelden hiervan zijn inclusieve onderwijsproeftuinen, onderwijszorgarrangementen, kleinschalige voorzieningen voor jonge kinderen en extra taalondersteuning binnen het praktijkonderwijs. Daarnaast werken we aan oplossingen voor jongeren die langdurig thuiszitten of dreigen uit te vallen, zodat ook zij onderwijs en begeleiding kunnen blijven ontvangen.
Leerlingenvervoer
De behoefte aan speciaal onderwijs blijft toenemen. Locatie Ulingshof van Onderwijsgroep Buitengewoon is in schooljaar 2026-2027 gestart met twee extra groepen. Vanwege volverklaringen bij een aantal scholen moeten sommige kinderen verder reizen naar andere, passende scholen. Dit is een ongewenste situatie omdat we kinderen thuisnabij onderwijs willen aanbieden. Samen met het onderwijs en het samenwerkingsverband zoeken we voortdurend naar oplossingen.
We blijven zelfstandigheid stimuleren in het leerlingenvervoer. Ouders blijven zelf in contact met school en zijn verantwoordelijk voor de schoolgang van hun kind. Eigen vervoer is het uitgangspunt. Waar nodig is zetten we aangepast vervoer in.
Onderwijshuisvesting
In 2024 is het integrale huisvestingsplan onderwijs (IHP) 2024-2038 vastgesteld. Belangrijke doelen zijn een evenwichtige spreiding van scholen, efficiënt gebruik van geldstromen, de voorkeur voor renovatie boven nieuwbouw en (inclusieve en integrale) kindcentra. In 2027 werken we verder aan de uitvoering van ons IHP.
In 2027 gaat het om projecten in verschillende fasen:
- start met haalbaarheidsonderzoek;
- planvorming en voorbereiding, verkrijgen van vergunning/aanbesteding;
- start daadwerkelijke bouw.
In 2027 gaat het om de volgende onderwijshuisvestingprojecten:
- Haalbaarheidsonderzoek Willibrordusschool: Er komt een haalbaarheidsonderzoek bij de Willibrordusschool. Dit onderzoek is inclusief de aangrenzende maatschappelijke voorzieningen. We willen beoordelen of renovatie mogelijk is, of dat een nieuwbouwscenario nodig blijkt. Bij nieuwbouw gaat het ook om locatiekeuze;
- Haalbaarheidsonderzoek het Maasveld: openbare basisschool het Maasveld groeit sterk. Uitbreiding is vereist. Verder staat de school op de nominatie om gerenoveerd te worden en/of mogelijk nieuwbouw. Het haalbaarheidsonderzoek laat zien of renovatie mogelijk is en of het beschikbare perceel groot genoeg is voor renovatie of nieuwbouw;
- Planvorming Kazernekwartier: in 2027 starten we met planvorming voor de permanente onderwijsvoorziening. Deze moet in 2029/2030 gereed zijn;
- Planvorming Passe Partout en SBO Lings: in 2027 volgt de definitieve planvorming, inclusief start van de werkzaamheden;
- Nieuwbouw De Meule-Nova Montessori: de daadwerkelijke uitvoering van de sloop en nieuwbouw gebeurt in 2027. De leerlingen, kinderopvang en onderwijsteam zijn tijdelijk ondergebracht in de nabijgelegen Bachstraat in beschikbaar gemeentelijk vastgoed in combinatie met tijdelijke units;
- Levensduurverlengende renovatie openbare basisschool de Harlekijn: de planning is dat de oplevering in 2027 gebeurt. De leerlingen, kinderopvang en onderwijsteam zijn tijdelijk gehuisvest binnen het Blariacum-college en basisschool de Klingerberg;
- Nieuwbouw de Springbeek als onderdeel MFC Hout-Blerick: De oplevering is in 2027 gepland. Dan gaat de bestaande verouderde locatie de Springbeek dicht en is de verhuizing naar het nieuwe multifunctioneel kindcentrum;
- Uitbreiding SO/VO Ulingshof: Ulingshof wordt in 2027 uitgebreid met 5 lokalen, een speellokaal en een snoezelruimte. Hiermee creëren we de benodigde capaciteit voor de groei van het leerlingaantal;
- Nieuwbouw 't Wildveld en VSO De Velddijk: de sloop- en bouwactiviteiten starten in 2027.
Bij deze ontwikkelingen speelt dat de bouwprijs per m² blijft stijgen door hogere loonkosten en duurdere installaties. Ook netcongestie speelt een steeds grotere rol. Hierdoor kunnen energieopslagsystemen, zoals batterijen, nodig zijn. Dit vergroot de kredietbehoefte.
Ook neemt de voorbereidingstijd van bouwprojecten toe. Ontwerp, vergunningverlening en aanbesteding vragen inmiddels 1 tot 2 jaar. Daarna duurt de bouw gemiddeld 1,5 tot 2 jaar, afhankelijk van de omvang van het project.
Om kosten voor tijdelijke huisvesting te beperken, benutten we waar mogelijk gemeentelijk vastgoed. Soms is geld nodig om gebouwen geschikt te maken.
De huisvesting van het voortgezet onderwijs is gedecentraliseerd naar OGVO. In 2026 stelde OGVO een nieuw strategisch huisvestingsplan op voor de drie campussen. In 2027 volgt de uitvoering hiervan, waaronder het aanpassen van de doordecentralisatieovereenkomst en de voorbereiding van de bouw.
Doorstroompunt (voorheen: RMC / Voortijdig Schoolverlaters)
De gemeente Venlo is voor de doorstroompunt-aanpak contactgemeente voor Noord- en Midden-Limburg. We willen in Venlo het percentage vroegtijdigschoolverlaters onder het landelijke gemiddelde uit laten komen.
Vanaf 1 januari 2026 trad de Wet van school naar duurzaam werk in werking. Deze wet bestaat uit een combinatie van instrumenten die bij de onderwijsinstellingen, gemeenten en de doorstroompunten is belegd. De doelgroep werd groter, doorstroomcoaches kregen te maken met een leeftijdsuitbreiding naar 27 jaar. Vanwege de leeftijdsuitbreiding moeten jongeren vaker begeleid worden naar betaald werk in plaats van naar een startkwalificatie. De Wet van school naar duurzaam werk verplicht een nauwe samenwerking tussen de bestaande VSV aanpak en de aanpak die de arbeidsmarktregio opstelde voor jongeren tot 27 jaar.
In Venlo zien we met name uitval bij 18 en 19-jarigen; jongeren die wettelijk volwassen en dus niet meer leerplichtig zijn. Zij maken de keuze om te stoppen met onderwijs. We zetten ons samen met onze onderwijspartners in om deze jongeren te behouden voor het onderwijs. Waar de stap naar de arbeidsmarkt nog niet haalbaar is, bieden doorstroomcoaches maatwerk om deze stap op een later moment alsnog te kunnen maken.
Volwasseneneducatie en basisvaardigheden
In Venlo heeft ongeveer 36% van de volwassen inwoners moeite met basisvaardigheden. Het gaat bijvoorbeeld om taal, rekenen en digitale vaardigheden. Ook verlaten steeds meer jongeren het onderwijs met een te laag taalniveau. Daarom blijft de gemeente investeren in het verbeteren van basisvaardigheden. Het uitvoeringsplan Venlo Vaardiger is verlengd voor de periode 2027-2028.
Met Venlo Vaardiger werken we aan een samenhangende aanpak. Deze aanpak sluit aan bij andere beleidsterreinen, zoals onderwijsachterstanden, participatie, re-integratie, arbeidsmarktbeleid en de ontwikkeling van een Taalrijke Start. Het doel is dat inwoners zich kunnen blijven ontwikkelen en zelfstandig en volwaardig mee kunnen doen in de samenleving.
Bij preventie richten we ons vooral op de thuissituatie van jonge kinderen. We ondersteunen ouders, zodat zij hun kinderen een goede taalbasis kunnen meegeven. Samen met de partners van Kansrijke Start werken we aan de invoering van een Taalrijke Start binnen de geboortezorg. Een sterke taalontwikkeling begint al in de eerste 1.000 dagen van een kind. Daarnaast zijn projecten gestart zoals Thuis in Taal en taalklassen voor volwassenen. Deze projecten dragen bij aan het verminderen van onderwijsachterstanden en het vergroten van gelijke kansen.
Voor volwassenen met lage basisvaardigheden zetten we in op een leven lang ontwikkelen. Inwoners met een bijstandsuitkering krijgen vanuit participatie en re-integratie ondersteuning bij het verbeteren van taal-, reken- en digitale vaardigheden. Hiervoor worden de Taalmeter en Digimeter structureel ingezet. Op basis van de resultaten krijgen inwoners begeleiding naar het Taalhuis Venlo, waar zij een passend leertraject kunnen volgen. Ook leggen we een verbinding met spoor 5 (taal en participatie) van de 9-sporenaanpak voor internationale werknemers. Met de uitvoerende partijen op het aanbod zijn afspraken gemaakt om dit zo veel mogelijk in de wijken te organiseren.
Een groot deel van deze projecten wordt betaald uit tijdelijk beschikbaar gestelde middelen. Deze middelen lopen eind 2028 af. Via de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) ontvangen we rijksmiddelen voor formeel en niet-formeel cursusaanbod binnen de arbeidsmarktregio. Naar verwachting wordt deze specifieke uitkering vanaf 2028 omgezet naar een Bijzondere Financieringsuitkering (BFU). Tot en met 2028 ontvangt de arbeidsmarktregio daarnaast een decentralisatie-uitkering voor volwasseneneducatie en basisvaardigheden.
Inburgering
De aanpak Inburgering richt zich op het vergroten van zelfredzaamheid van inburgeraars. Daarvoor zetten we in op sociale activering, gezondheid, taal en economische zelfstandigheid. We werken met één integrale uitvoeringspartner op basis van een meerjarig contract. Dat loopt door tot eind 2027. Deze constructie maakt eenduidige regie op de keten als geheel mogelijk. Onze wettelijke taken op grond van de Wet inburgering blijven we langs de huidige weg uitvoeren en financieren. Onze aanpak is impactgericht: we sturen samen met onze uitvoeringspartner primair op de samenhangende ambities die we voor inburgeraars willen realiseren, en minder op de losse activiteiten die hieraan ten grondslag liggen.
We onderzoeken de inzet van impactfinanciering: een financieringsvorm waarbij (een deel van) de vergoeding aan de uitvoerende partner wordt gekoppeld aan de daadwerkelijk behaalde maatschappelijke resultaten. Deze vorm van financiering richten we op één duidelijk afgebakend resultaat: uitstroom van inburgeraars naar kwalitatief hoogwaardige en passende arbeid die zorgt voor duurzame economische zelfredzaamheid, met aansluiting op de tekortsectoren in de Venlose en regionale arbeidsmarkt.
Toepassing van impactfinanciering op een nieuw domein is niet vanzelfsprekend. Daarom voeren we sinds 2025, in 2026 en ook 2027, haalbaarheidsonderzoeken uit. Op basis van de uitkomsten bepalen we, voor de besluitvorming over het vervolgcontract inburgering vanaf 2028 en verder, welke onderdelen op deze wijze worden ingericht en welke onderdelen langs de huidige financieringsvorm blijven lopen.