Middelen inclusief mutaties reserves | Baten/ | Realisatie 2025 | 2026 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Zelfredzaamheid | Baten | 11.556 | 18.001 | 12.770 | 12.394 | 11.736 | 11.736 |
Lasten | 158.361 | 185.445 | 180.911 | 177.461 | 166.203 | 165.764 | |
Totaal saldo programmalijn | -146.806 | -167.444 | -168.141 | -165.067 | -154.467 | -154.029 |
Begrotingsvoorstellen 2027-2030 | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
Ontwikkelingen voorzieningen jeugdzorg | -2.075 | -2.075 | -1.085 | -665 |
Meicirculaire 2026: Niet binnenhalen verhoogde eigen bijdrage 2027 in verband met uitstel inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo naar 2028 | -1.632 | |||
Uitvoering Jeugd & Wmo | -700 | -700 | ||
Uitvoering 9 sporen aanpak | -544 | -1.159 | ||
Veilig Thuis: wachtlijstproblematiek oplossen | -339 | -339 | -339 | -339 |
Decembercirculaire 2025: Toekomstscenario Kind en Gezin | -274 | -274 | -274 | -274 |
Voortzetten Pilot Jongeren in de knel | -258 | -258 | ||
Sociaal Medische Indicatie (SMI) | -250 | |||
Begroting MGR 2027-2030 | -214 | -214 | -214 | -214 |
Indexering Regionale begroting Geweld in Afhankelijkheid 2027-2030 | -113 | -112 | -112 | -112 |
Regisseur Veiligheid | -50 | |||
Meicirculaire 2026: Huishoudelijke hulp uit de Wmo / Vangnetregeling | 6.858 | 6.937 | ||
Doelgroepenvervoer Omnibuzz | 40 | 67 | 103 | 103 |
Overige voorstellen < € 0,1 miljoen | -57 | |||
Totaal programmalijn | -6.466 | -5.065 | 4.936 | 5.435 |
Ontwikkelingen voorzieningen jeugdzorg
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-2.075 | -2.075 | -1.085 | -665 |
Het integraal voorstel Jeugd is opgebouwd uit de volgende onderdelen. Per saldo leidt dit tot een voorstel van € 2,1 miljoen in 2027. Dit loopt af naar € 665.000 in 2030.
In de Meerjarenbegroting 2026-2029 is de besparingsreeks van de Hervormingsagenda Jeugd vertaald naar de gemeente Venlo.
De uitwerking van een aantal plannen in deze reeks heeft vertraging opgelopen. Drie concrete punten:
- De uitwerking van de transformatieopgaven uit de nieuwe inkoop 2026 kost meer tijd, de regeling start een jaar later (2027) dan voorzien;
- De realisatie van Stevige Lokale Teams is nog niet gereed, Hierdoor treden de verwachte effecten later en meer geleidelijk op dan in de besparingsreeks was opgenomen;
- Het wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet liep vertraging op. We verwachten een definitief wetsvoorstel in de loop van 2026. Dit moet gemeenten helpen om de jeugdhulpplicht duidelijker af te bakenen. Het conceptwetsvoorstel was hiervoor ontoereikend.
Verder zien we in het eerste kwartaal 2026, ondanks een lichte daling van het aantal jeugdigen in jeugdhulp, ook een (lichte) stijging van de uitgaven. Dit komt door de tariefontwikkelingen in de jeugdzorg, dit effect werkt structureel door. Op enkele onderdelen zien we daarnaast een stijging in de intensiteit van de jeugdzorg, bijvoorbeeld de inzet van 1-op-1 begeleiding. Het ministerie van VWS laat hier in 2026 een landelijk onderzoek naar uitvoeren. Regionaal wordt onderzocht wat de onderliggende knelpunten zijn en mogelijke oplossingen hiervoor zijn.
Met ingang van 2026 is het contract Integrale Crisishulp Jeugd verlengd. Jeugdigen mogen hier één week verblijven met de mogelijkheid tot één week verlenging. In de doorplaatsing vanaf een crisisbed zijn er structurele knelpunten. Vanuit het jaarplan 2026 segment 1 maakten we afspraken om samen met de aanbieders van crisishulp en van woonvoorzieningen (segment 2) te zoeken naar structurele oplossingen. In afwachting daarvan vragen we voor 2027 en 2028 (aflopend) extra budget.
JeugdzorgPlus is ingekocht op schaalniveau van het Landsdeel Zuidoost. De aangesloten jeugdregio’s betalen hun aandeel naar rato van het aantal verblijfsdagen van jeugdigen die gebruik maken van JeugdzorgPlus. Daarnaast is er gedeeltelijk sprake van beschikbaarheidsfinanciering. Er moet namelijk altijd een toereikend aantal bedden beschikbaar zijn. De realisatie eind 2025 ligt hoger voor JeugdzorgPlus. Dit komt door verschuivingen in het aandeel in de jeugdregio’s. Dit is een effect dat meerjarig doorwerkt. We wachten het realiseren van de opdracht van het Rijk om de JeugdzorgPlus af te bouwen naar nul bedden per 2031 af. Dat geldt ook voor de alternatieven hiervoor die nog moeten worden ontwikkeld en opgestart.
In de landelijke jeugdzorg (ook wel LTA genoemd) is in 2026 een hogere instroom. Omdat indicaties voor minimaal een jaar worden afgegeven, werkt dit ook door in 2027. Landelijke jeugdzorg heeft gemiddeld genomen hogere tarieven dan de regionaal gecontracteerde jeugdzorg. Daarom gaat het in verhouding om een hogere kostenstijging dan bij andere jeugdzorgvoorzieningen. Net als afgelopen jaren verwerken we de trend in de landelijke jeugdzorg structureel in de begroting. Dat doen we op basis van de meest actuele prognoses tijdens het voorbereiden van de begroting.
De benodigde bedragen zijn inclusief OVA index (1,10% doorwerking 2026 / 4,07% 2027).
Vanwege de druk op de jeugduitgaven brengen we het jeugdaccommodatiebeleid, dat in de kadernota genoemd werd, nu niet in besluitvorming.
Meicirculaire 2026: Niet binnenhalen verhoogde eigen bijdrage 2027 in verband met uitstel inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo naar 2028
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-1.632 |
In de Voorjaarsnota 2023 is besloten dat het abonnementstarief in de Wmo 2015 wordt afgeschaft. In de plaats daarvan wordt de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo opnieuw ingevoerd (zie ook paragraaf 3.2.7 van de meicirculaire 2025). De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage Wmo 2015 was ingeboekt per 1 januari 2027. Nu blijkt dat deze niet eerder dan per 1 januari 2028 kan worden ingevoerd. Daarom hevelen we vanaf de begroting van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor het jaar 2027 een bedrag van € 225 miljoen over naar het gemeentefonds. De besparing van € 225 miljoen was al ingeboekt, zie paragraaf 2.2.12 van de meicirculaire 2023. Daarom is er over deze middelen geen accres opgebouwd. Het accres wordt daarmee incidenteel bijgesteld met € 40,7 miljoen in 2027 (zie paragraaf 2.2.1b van deze circulaire).
Omdat de inkomensafhankelijke eigen bijdrage in 2027 niet geïnd kan worden, moet de ingeboekte eigen bijdrage binnen het product Wmo in 2027 teruggedraaid worden. De dekking hiervoor is aanwezig in de meicirculaire 2026.
Uitvoering Jeugd & Wmo
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-700 | -700 |
De komende jaren worden de wettelijke taken binnen de Jeugdwet en Wmo uitgebreid en geïntensiveerd. Verder is tijdelijke versterking nodig voor de verdere uitwerking van de lokale kaders uit 'Fier Verdiept', met name om de integrale samenwerking te versterken. Om dit tijdig en kwalitatief te doen is het voorstel om hiervoor twee jaar extra middelen vrij te maken. Met deze investering borgen we dat we:
- voldoen aan nieuwe wettelijke verplichtingen (Hervormingsagenda jeugd, Wmo en Participatiewet in Balans);
- inwoners tijdig en passend ondersteunen;
- de transformatieopgaven uit 'Fier Verdiept' realiseren;
- risico's op niet-naleving, hogere zorgkosten en uitvoeringsachterstanden beperken.
Uitvoering 9 sporen aanpak
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-544 | -1.159 |
In het coalitieakkoord 2026–2030 staat dat we de bestaande 9 sporen aanpak internationale werknemers versterken. Daarbij is expliciet aandacht voor taalverwerving, integratie, volwaardige huisvesting en preventieve maatregelen voor dakloze en kwetsbare internationale werknemers.
De middelen in dit voorstel zijn nodig voor de operationele uitvoering van de 9 sporen aanpak en voor de duurzame exploitatie van de opvangvoorziening voor dakloze internationale werknemers binnen deze aanpak. Deze doelgroep raakt regelmatig in een kwetsbare positie door verlies van werk, huisvesting, inkomen of netwerk. Ze vallen vaak niet of slechts beperkt onder reguliere voorzieningen. Zonder passende ondersteuning wordt de problematiek zichtbaar in de openbare ruimte. Dan ontstaat druk op maatschappelijke opvang, zorg, veiligheid, handhaving en leefbaarheid. Met de voorziening willen we voorzien in opvang, dagelijkse begeleiding, stabilisatie en toeleiding naar passende vervolgstappen, zoals werk, terugkeer, zorg of andere ondersteuning. In 2027 kunnen we nog beschikbare of overgehevelde middelen inzetten. In 2028 zijn nog tijdelijke Rijksmiddelen beschikbaar (via de meicirculaire). Deze voorzien maar gedeeltelijk (€ 456.000) in de benodigde dekking. Vanaf 2029 is nog geen zekerheid over Rijksmiddelen. Dan moeten we langdurigere opvang- en begeleidingsopgave opnieuw overwegen.
In dit voorstel is ook een bedrag voor 2 jaar verwerkt voor de personele coördinatie vanuit de gemeente. Zo kunnen we de 9 sporen aanpak op een goede manier blijven coördineren.
Toekomst opvang dakloze arbeidsmigranten
We verkennen in hoeverre de opvang van dakloze arbeidsmigranten vanaf 2029 kan worden geïntegreerd binnen de reguliere maatschappelijke opvang. Dit doen we met het oog op een toekomstbestendige inrichting van de opvang. Hiervoor start een regionale verkenning naar de randvoorwaarden die nodig zijn, de gewenste inrichting van het opvanglandschap en inkoop- en samenwerkingsafspraken die daarbij horen. De resultaten van deze verkenning betrekken we bij de evaluatie van de raamovereenkomsten Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang (BW/MO) eind 2027.
Bij deze verkenning staat de continuïteit van de dienstverlening centraal. Ongeacht de uiteindelijke organisatorische inrichting blijft de beschikbaarheid van passende opvang voor dakloze arbeidsmigranten gewaarborgd, mits het Rijk hier de huidige middelen voor beschikbaar stelt.
Uitvoering kan alleen plaatsvinden op een bestaande locatie als de noodzakelijke randvoorwaarden aanwezig zijn. Denk aan vergunningverlening, beschikbare capaciteit en een passende inrichting voor de verschillende doelgroepen.
We voeren een vergelijkbare verkenning uit naar de wenselijkheid en haalbaarheid van een structurele voorziening voor winteropvang. Hierbij gaan we ook uit van het borgen van de continuïteit van de dienstverlening.
Veilig Thuis: wachtlijstproblematiek oplossen
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-339 | -339 | -339 | -339 |
Voor de uitvoering van de wettelijke taken van Veilig Thuis is structureel een aanvullend budget van € 339.000 benodigd.
Dit bedrag is gebaseerd op de uitkomsten van een extern onderzoek. Dit onderzoek is begin 2026 door een extern onderzoeksbureau uitgevoerd, in opdracht van de gemeenten in Noord- en Midden-Limburg. Doel van dit onderzoek was een gedeelde taakopvatting en een passend financieringssystematiek voor 2026 en daarna.
Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten werken we in 2026 aan een verbeterplan. Het doel is meer inzicht in de onderbouwing van de werkzaamheden, de inzet en de kosten van Veilig Thuis Noord- en Midden-Limburg. Daarnaast werken de gemeenten en Veilig Thuis NML, in lijn met de onderzoeksbevindingen, aan het herijken van de opdracht en de taakuitvoering, het verduidelijken van rollen en verantwoordelijkheden en het versterken van de samenwerking binnen de keten. Dit verstevigt ook de positie van Veilig Thuis NML binnen het regionale netwerk.
Op basis van het onderzoek is de verwachting dat de structurele financiële bijdrage voor het aandeel van de gemeente Venlo circa € 175.000 per jaar bedraagt. Bij de subsidieverlening voor 2027 is hierover meer duidelijk.
Daarnaast is structureel aanvullend budget nodig voor het verwerken en opvolgen van meldingen van Veilig Thuis NML binnen het Sociaal Wijkteam. Voor 2026 maakten we hierover tijdelijke afspraken. Dit voorstel voorziet in een structurele financiële basis voor deze werkzaamheden. Hiervoor is jaarlijks € 165.000 nodig.
De totale structurele aanvullende budgetbehoefte is daarmee € 340.000 per jaar.
Decembercirculaire 2025: Toekomstscenario Kind en Gezin
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-274 | -274 | -274 | -274 |
Tot en met 2025 ontvingen we incidentele middelen voor Toekomstscenario Kind en Gezin. In de decembercirculaire 2025 zijn deze middelen vanaf 2026 structureel toegekend. Voor de regio Noord- en Midden-Limburg gaan het om een bedrag van € 274.444 (regionaal). Deze middelen worden regionaal ingezet om dit project voort zetten.
Voortzetten Pilot Jongeren in de knel
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-258 | -258 |
In 2025 en 2026 draaide een pilot om jongeren van 18 tot 30 jaar te laten wonen in de wijk. Met het aanbod in de pilot bereiden we hen in kortere trajecten beter voor op een zelfstandig leven. Ook dichten we met de pilot een gat tussen ambulante begeleiding en intramurale voorzieningen. Met dit voorstel houden we het aanbod voor deze doelgroep beschikbaar binnen onze gemeente tijdens een positieve afronding van de pilot (2026) en het naar verwachting formeel inkopen van dit product via de MGR (beoogde ingangsdatum: 1-1-2029). In Noord-Midden Limburg zijn vergelijkbare pilots gestart in de gemeenten Leudal, Gennep en Beesel. Op korte termijn start deze pilot in Weert, Nederweert en Roermond. De gemeenten werken binnen deze pilot onderling nauw samen.
Financiële effecten: naast dat dit product goed inhoudelijk aansluit bij onze doelen, zien we een dempend effect op de stijging van kosten (circa € 195.000 op jaarbasis) van Beschermd Wonen en ambulante begeleiding. Ook zien we dat deelnemers die langer dan een half jaar geleden uit de pilot zijn uitgestroomd, geen ambulante begeleiding meer ontvangen. Door autonome ontwikkelingen stijgen de kosten van Beschermd Wonen en ambulante begeleiding en ontstaat er geen financiële ruimte om het product te dekken. Tegelijkertijd verwachten wij dat zonder dit product de kosten van Beschermd Wonen en ambulante begeleiding verder toenemen.
Sociaal Medische Indicatie (SMI)
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-250 |
Met Sociaal Medische Indicatie (SMI) ondersteunt de gemeente kwetsbare gezinnen zodat jonge kinderen veilig, stabiel en kansrijk kunnen opgroeien en ouders beter mee kunnen doen aan de samenleving. Om hier mee verder te gaan zetten we eenmalig extra budget in. We werken aan een structurele aanpak via een raadsvoorstel en een verordening. Dit geeft meer regie op de duur, kosten en voorwaarden van SMI-trajecten. Voor 2027 is al € 180.000 begroot en vragen we aanvullend € 250.000 om doorlopende en nieuwe trajecten te bekostigen. Door preventief te investeren in SMI versterken we gelijke kansen voor kinderen, voorkomen we escalatie van problemen binnen gezinnen en beperken we waar mogelijk de inzet van zwaardere en duurdere jeugdhulp op langere termijn. Zonder deze inzet nemen ontwikkelachterstanden, kansenongelijkheid en de druk op gezinnen en jeugdhulp verder toe. In 2027 evalueren we deze regeling en nemen we beheersmaatregelen om verdere kostenstijgingen te beperken.
Begroting MGR 2027-2030
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-214 | -214 | -214 | -214 |
De begroting 2027 van de MGR heeft voor gemeente Venlo afgerond in totaal een nadelig effect van € 214.000. Aan de ene kant geven de inkomsten uit de circulaires een voordeel. Maar er is ook sprake van een nadeel doordat het aandeel van gemeente Venlo volgens de nieuwe verdeelsleutel daalt en de regionale kosten stijgen door indexering en stijging in de bedrijfsvoering van de MGR.
Indexering Regionale begroting Geweld in Afhankelijkheid 2027-2030
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-113 | -112 | -112 | -112 |
De regionale begroting Geweld in Afhankelijkheid 2027-2030 moet geïndexeerd worden met de OVA index. De subsidie Veilig Thuis 2027 moet geïndexeerd worden met 6,9% (3,4% CAO +/+ 3,5% periodieken).
Regisseur Veiligheid
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
-50 |
In het coalitieakkoord is opgenomen dat een regisseur Veiligheid wordt toegevoegd aan de wijkteams. Deze zorgt voor een vroegtijdige verbinding tussen zorg- en veiligheidspartners. Om hieraan invulling maken we in 2027 een profiel wat helder maakt wat regisseur gaat doen en hoe de verbinding tussen het sociaal domein en het veiligheidsdomein georganiseerd wordt.
Meicirculaire 2026: Huishoudelijke hulp uit de Wmo / Vangnetregeling
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
6.858 | 6.937 |
In de meicirculaire 2026 is in 2029 een korting van € 9.776.000 toegepast en vanaf 2030 € 9.889.000. Dit komt door het schrappen van de huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wmo. Daarnaast is er in 2029 een bedrag van € 2.918.000 toegevoegd en vanaf 2030 € 2.952.000 als vangnetregeling voor mensen die niet zelf hulp kunnen regelen. Het lokale budget van gemeente Venlo is aanzienlijk hoger. Er zijn te veel risico's om het lokale budget volledig af te ramen. Er is nog veel onzekerheid ten aanzien van het daadwerkelijk schrappen. Dat komt omdat de onderbouwing van de groep die aanspraak maakt op de vangnetregeling niet aanwezig is. Daarom worden deze mutaties één op één ingeboekt.
Doelgroepenvervoer Omnibuzz
standaardtekst om breedte | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 |
|---|---|---|---|---|
40 | 67 | 103 | 103 |
Op basis van de meerjarenbegroting van Omnibuzz, inclusief de indexering, daalden de tarieven voor WMO doelgroepenvervoer.
Meicirculaire 2026: Kinderopvang pleegouders
In 2025 heeft het Rijk aangekondigd dat gemeenten extra middelen ontvangen om kosten kinderopvang te vergoeden die pleegouders maken voor hun pleegkinderen. Dit zit niet in bestaande afspraken over pleegzorg. Hieraan is landelijk ook al de nodige aandacht besteed. Deze regeling geldt voor alle pleegouders. Er is een regionale werkwijze voor Noord-Limburg in voorbereiding, met de strekking dat pleegouders de gemaakte kosten voor pleegzorg mogen declareren bij de gemeente die verantwoordelijk is voor de ingezette pleegzorg. Hiervoor is in de meicirculaire 2025 structureel € 13.000 opgenomen Via de meicirculaire 2026 is hiervoor in 2027 € 56.924 beschikbaar gesteld. Deze middelen worden aangewend voor de vergoeding van de kosten voor de kinderopvang en voor de uitvoeringskosten die nodig zijn om dit te organiseren.