Beheerareaal:
Gemeente Venlo heeft een groot aantal gebouwen/objecten in eigendom. Deze gebouwen zijn onder te verdelen in verschillende categorieën welke in onderstaande tabel zijn weergegeven. Daarnaast zijn deze gebouwen nog onder te verdelen tussen gebouwen met een te verwachte exploitatieduur langer dan 5 jaar en gebouwen met een te verwachten exploitatieduur korter dan 5 jaar. Van de gebouwen waarvan is ingeschat dat de exploitatieduur korter is dan 5 jaar wordt geen planmatig onderhoud meer gepland/uitgevoerd. Deze gebouwen hebben enkel nog kosten voor preventief en klein onderhoud. Die kosten worden gedekt uit de exploitatiebudgetten. Er zijn voor deze gebouwen geen budgetten meer meegenomen in de onderhoudsvoorziening. Ook is er nog vastgoed in bezit waarvan de onderhoudskosten worden gedekt vanuit een project of een grondexploitatie. Dit is vastgoed dat in bezit is voor het ruimtelijk ordeningsbeleid of overtollig vastgoed. Het gaat hier veelal om gebouwen die uiteindelijk worden gesloopt of verkocht, bijvoorbeeld Q4 of het kazerneterrein.
Onderstaande tabel geeft een totaaloverzicht van het beheerareaal gebouwen/opstallen.
Beheerareaal vastgoed | Aantal gebouwen / gebouwdelen |
|---|---|
Huisvesting t.b.v. ambtelijke organisatie | 16 |
Maatschappelijk vastgoed; cultuur, welzijn en onderwijs | 56 |
Sportaccommodaties | 47 |
Wonen | |
- woningen / woonwagens | 7 |
- standplaatsen woonwagenlocaties | 18 |
Overig vastgoed | |
- commercieel | 15 |
- overtollig | 7 |
Tijdelijk vastgoed in lopende projecten | |
- project flexwoningen Daelweg (appartementen) | 96 |
- project Geresstraat (appartementen/garageboxen) | 100 |
- project Q4 (woningen/appartementen/winkelruimte) | 27 |
- project Kazernekwartier | 9 |
- project Venlo Noord (Canon) | 7 |
Totalen | 405 |
Vastgesteld kwaliteitsniveau:
In het beheerplan 2023-2027 is vastgesteld dat de gemeentelijke gebouwen met een te verwachte exploitatieduur langer dan 5 jaar in stand moeten worden gehouden op conditieniveau 3 conform de NEN 2767. Dit is een landelijk uniforme inspectiemethodiek waarbij op een schaal van 1 tot 6 niveau 3 staat voor een redelijke onderhoudsconditie (zie figuur 1). Dit betekent dat normaal gebruik van gebouwen altijd zal leiden tot plaatselijk zichtbare veroudering, gebreken en slijtage en dat functievervulling van bouw- en installatiedelen slechts incidenteel in gevaar kan zijn. Het kan zijn dat sommige voorzieningen of elementen in een gebouw gedateerd zijn en er een wens is tot vervanging. Vanuit de gehanteerde criteria is er echter géén noodzaak voor vervanging als elementen functioneel, veilig en werkend zijn.

Door het uitvoeren van preventief en correctief (klein) en planmatig (groot) onderhoud werken we aan de kwaliteit van onze gebouwen. Het doel is het efficiënt en effectief exploiteren en optimaal gebruik van het gemeentelijk vastgoed door onze huurders waarbij de focus ligt op instandhouding.
Elke drie jaar (en monumenten twee jaarlijks) worden door een externe partij her-inspecties van de gebouwen uitgevoerd die tot onze kernportefeuille behoren waarbij opnieuw de conditieniveaus van de gebouwen worden gemeten en indien nodig de meerjaren onderhoudsplannen worden bijgesteld. In 2024 hebben deze her-inspecties weer plaatsgevonden van het vastgoed dat behoort tot onze kernportefeuille. In de tabel in figuur 2 is de uitkomst van deze conditiemetingen te zien met een vergelijk ten opzichte van de meting in 2021. Zo kunnen we de gemeten kwaliteit/conditiescore van de gebouwen in de gaten houden en vergelijken. In 2027 vinden er weer conditiemetingen plaats. Van het tijdelijk of overtollig vastgoed worden geen conditiemetingen uitgevoerd.

Nagenoeg alle gebouwen met een te verwachtte exploitatieduur van >5 jaar voldoen aan het door de raad vastgestelde geaggregeerde conditieniveau 3 (een uitzondering daargelaten). Voor de objecten die hier niet aan voldoen zal vanuit het assetmanagement bekeken worden of het nodig is het conditieniveau van het object omhoog te brengen of dat vanwege ontwikkelingen de te verwachtte exploitatieduur dient te worden aangepast.
Zijn de onderhouds- en beheersplannen actueel?
Conform de BBV richtlijnen en nota reserves en voorzieningen van de gemeente Venlo moet elke vijf jaar een herijking plaatsvinden voor wat betreft de onderhoudsvoorziening van de vastgoed portefeuille.
In oktober 2022 heeft de raad het beheerplan onderhoud gemeentelijke gebouwen 2023-2027 vastgesteld en aansluitend in november van dat jaar de bijhorende begroting. Voor komend jaar zijn de beheer en onderhoudsplannen actueel. In 2027 wordt opnieuw een geactualiseerd beheerplan met begroting aan de raad ter vaststelling voorgelegd. De onderlegger voor de begroting en het beheerplan zijn de conditiemetingen van het gemeentelijk vastgoed die periodiek worden uitgevoerd. Deze conditiemetingen worden vertaald naar actuele meerjaren onderhoudsplannen.
Wat zijn de benodigde onderhoudsbudgetten (beïnvloedbaar)?
Voor 2023-2027 zijn de benodigde onderhoudsbudgetten geactualiseerd en toereikend. Hiervoor verwijzen we naar de bijlage met de staat van reserves en voorzieningen en de exploitatiebudgetten. De stand van de voorziening wordt op peil gehouden door een jaarlijkse vaste dotatie van diverse beleidsteams die het vastgoed als middel hebben om hun beleidsdoelen te realiseren. Onderhoudskosten voor het tijdelijk vastgoed worden verantwoord in de verschillende projecten.
In de onderhoudsplannen zijn geen investeringskosten meegenomen om te komen tot verduurzaming. De verduurzamingsambitie van gemeente Venlo met betrekking tot het gemeentelijk vastgoed loopt via een apart project met eigen budgetten. De verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed wordt integraal afgestemd met de reguliere meerjaren onderhoudsplannen.
Zijn er knelpunten betreffende de beschikbare onderhoudsbudgetten?
De stand van de voorziening en exploitatiebudgetten sluit aan bij de meerjaren onderhoudsplannen.
Realisatie:
Komende begrotingsperiode (2027-2030) wordt uitvoering gegeven aan het groot (planmatig) onderhoud aan het gemeentelijk vastgoed middels de jaarplannen die met de diverse belanghebbenden wordt afgestemd. Vervangingen en investeringen vanuit het onderhoud zijn afgestemd op de benodigde verduurzamingsmaatregelen. Vanuit de projectgroep verduurzaming wordt de raad separaat periodiek geïnformeerd over de voortgang van de verduurzaming van het vastgoed.
