Een belangrijk afwegingscriterium voor de investeringen is het kapitaallastenplafond. Het plafond is een belangrijke signaalwaarde om te waarborgen dat de begroting voldoende wendbaar blijft. De wendbaarheid van de begroting is één van de vier tactische financiële doelstellingen die bijdragen aan het hebben en houden van een duurzaam gezonde financiële huishouding.
Bij de programmabegroting 2026 is het kapitaallastenplafond vastgesteld op € 41,6 miljoen. Omdat investeringsuitgaven onderhevig zijn aan prijsinflatie zijn het kapitaallastenplafond en het kapitaallastenbudget, volgens het investeringsbeleid, in de Kadernota 2027 bijgesteld met € 0,96 miljoen. Het kapitaallastenplafond vanaf 2027 komt daarmee op € 42,56 miljoen.
Onderstaande tabel laat de ontwikkeling zien van de kapitaallasten en hoe deze zich verhouden tot het plafond.
In bijlage II staat een overzicht van alle investeringen 2027 tot en met 2030 inclusief de bijhorende kapitaallasten. In bijlage IIA staat het bijbehorende kasstroomoverzicht opgenomen.
De bijstelling van de kapitaallasten voor de begroting 2027-2030 laat het volgende beeld zien:
2027 | 2028 | 2029 | 2030 | |
|---|---|---|---|---|
Kapitaallastenplafond | 42.560 | 42.560 | 42.560 | 42.560 |
Totaal kapitaallasten | 35.295 | 38.432 | 43.379 | 44.958 |
Incidenteel vrijgevallen kapitaallastenbudget | -2.755 | |||
Totaal kapitaallasten na incidentele vrijval | 32.540 | 38.432 | 43.379 | 44.958 |
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de kapitaallasten in deze begroting het huidige kapitaallastenplafond in 2029 en 2030 overschrijden.
